Slaagkans

Examenlessen

Elk onderwerp dat het examen toetst, met de regel, de voorbeelden en de fout die het wil vangen.

De eerste 5 lessen zijn gratis. De rest opent met Mastery.

Lezen16 lessen

  1. 1ArgumentvraagEen vraag naar de reden die de schrijver zelf geeft voor zijn standpunt — de inhoud van het argument, niet de functie ervan.4 min lezenBekijken · 5 minGratis
  2. 2ArgumentatievraagEen vraag naar wat een zin doet in de redenering — waarom de schrijver hem daar zette, niet wat hij zegt.4 min lezenBekijken · 6 minGratis
  3. 3ConclusievraagEen vraag naar wat uit de tekst volgt — een conclusie die de tekst ondersteunt maar niet altijd uitspreekt.4 min lezenBekijken · 6 minGratis
  4. 4DetailvraagEen vraag over één genoemd punt in een lange, betogende tekst — het grootste blok punten op Lezen II.4 min lezenBekijken · 7 minMet Mastery
  5. 5FunctievraagEen vraag naar wat een genoemd voorbeeld, persoon of geval in de tekst doet — welke bewering het dient.5 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  6. 6GevolgvraagEen vraag naar wat er uit iets in de tekst voortkomt — het gevolg, risico of verlies dat de tekst zelf noemt.4 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  7. 7Hoofdgedachte van een analyseWat de hele tekst beweert, in één zin — niet wat de opvallendste alinea zei.3 min lezenBekijken · 7 minMet Mastery
  8. 8InterpretatievraagEen vraag naar wat een beeldende, ironische of impliciete formulering in de tekst eigenlijk betekent.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  9. 9KernpuntvraagEen vraag naar wat één alinea in het betoog doet — het punt ervan, niet het onderwerp.4 min lezenBekijken · 7 minMet Mastery
  10. 10NuancevraagEen vraag naar een beperking die de tekst aan zijn eigen bewering oplegt — het voorbehoud, niet de bevinding.4 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  11. 11OordeelsvraagEen vraag naar het oordeel van de schrijver over een boek, een tentoonstelling of een maatregel — meestal lof en bezwaar tegelijk.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  12. 12OorzaakvraagEen vraag naar waarom iets gebeurde in de werkelijkheid die de tekst beschrijft — de oorzaak die de tekst zelf noemt.3 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  13. 13StandpuntvraagEen vraag naar welk standpunt de schrijver — of een genoemde persoon in de tekst — werkelijk inneemt.3 min lezenBekijken · 7 minMet Mastery
  14. 14TegenargumentvraagEen vraag over een bezwaar in de tekst: wat wordt er precies tegengeworpen, door wie, tegen wat — en hoe reageert de schrijver erop.5 min lezenBekijken · 7 minMet Mastery
  15. 15VerbandvraagEen vraag naar welke twee dingen de tekst met elkaar verbindt, en wat voor verband dat is.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  16. 16VerklaringsvraagEen vraag naar waarom iets zo is — volgens de tekst, niet volgens de wereld.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery

Grammatica6 lessen

  1. 17ConditionalisAls, zou en mocht — de drie manieren waarop het Nederlands zegt wat er zou gebeuren als.3 min lezenBekijken · 7 minGratis
  2. 18NominalisatieMaak van een werkwoord een zelfstandig naamwoord en een hele bijzin past in drie woorden.3 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  3. 19NuanceWellicht, enigszins, doorgaans: in één woord zeggen hoe zeker je bent.3 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  4. 20Formeel passiefEr wordt, dient te worden, is vastgesteld: institutioneel Nederlands zonder iemand erin.3 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  5. 21ToegevingHoewel, ondanks en toch: geef de andere kant een punt en maak daarna het jouwe.3 min lezenBekijken · 7 minMet Mastery
  6. 22VerwijswoordenDit, dat, deze, die, hiermee: de woorden die een alinea bij elkaar houden.3 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery

Schrijven13 lessen

  1. 23Kort berichtEen kort, zakelijk bericht van ongeveer 40 tot 80 woorden dat drie punten uit de opdracht afhandelt, meestal op het werk of binnen een vereniging.5 min lezenBekijken · 6 minGratis
  2. 24Kort bericht: klachtEen kort klachtbericht van 40–80 woorden aan een bedrijf of organisatie: wat er misging, welke bestelling of afspraak, en wat u verwacht — stevig, maar zakelijk.6 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  3. 25Middellange tekst: grafiek beschrijvenEen samenhangende tekst van ongeveer 100 tot 160 woorden over een grafiek: beschrijf wat die laat zien, geef een mogelijke verklaring voor één genoemde beweging en trek een conclusie over de ontwikkeling.6 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  4. 26Middellange tekst: probleem en oplossingEen samenhangende tekst van ongeveer 100 tot 160 woorden aan een gemeente, bewonersvereniging of leidinggevende: beschrijf een probleem, leg uit waarom het ertoe doet en stel ten minste twee concrete oplossingen voor, elk met een reden.7 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  5. 27Zinstaak: conclusieEen zinstaak die je een bevinding geeft en vraagt daar in één zin een conclusie uit te trekken.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  6. 28Zinstaak: doelEen aanvultaak: de aanzet beschrijft een handeling en eindigt op zodat, en jij geeft aan wat die handeling moet bereiken.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  7. 29Zinstaak: gevolgEen zinstaak waarin je een gegeven begin aanvult met een logisch gevolg, met het verbindingswoord dat de aanzet je geeft.5 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  8. 30Zinstaak: nuanceEen zinstaak die je een eenzijdige uitspraak geeft en vraagt die preciezer te maken — zonder haar gewoon te bevestigen of tegen te spreken.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  9. 31Zinstaak: oorzaakEen zinstaak die je een gevolg geeft en vraagt de zin af te maken met de oorzaak ervan.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  10. 32Zinstaak: toegevingEen aanvultaak: de aanzet begint met Hoewel … en geeft iets toe, en jij schrijft de hoofdzin die je standpunt toch vasthoudt.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  11. 33Zinstaak: vergelijkingEen zinstaak waarin je twee dingen naast elkaar zet en een duidelijk verschil tussen die twee noemt.4 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  12. 34Zinstaak: voorstelEen zinstaak die vraagt om één concreet voorstel aan een genoemde persoon of instantie.3 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  13. 35Zinstaak: voorwaardeEen aanvultaak: de aanzet noemt een plan en eindigt op mits of op voorwaarde dat, en jij geeft de voorwaarde die het mogelijk maakt.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery

Luisteren7 lessen

  1. 36Luisteren: conclusieEen vraag naar de les of conclusie die de spreker trekt — meestal aan het slot, en meestal kleiner en preciezer dan de opties doen denken.5 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  2. 37Luisteren: detailvraagEen vraag naar één specifiek punt in een lang fragment — een reden, een oorzaak, een voorbeeld, een reactie.5 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  3. 38Luisteren: kernpuntEen vraag naar het hoofdpunt van een fragment of een deel ervan — wat de spreker eigenlijk zegt, niet alles wat hij noemt.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  4. 39Luisteren: nuanceEen vraag naar hoe sterk de spreker iets bedoelt — de grens, het voorbehoud of de gedeeltelijke toegeving, niet alleen de bewering.5 min lezenBekijken · 4 minMet Mastery
  5. 40Luisteren: standpuntEen vraag naar wat één genoemde spreker vindt — zijn standpunt, zijn belangrijkste argument, of hoever hij het ermee eens is.4 min lezenBekijken · 6 minMet Mastery
  6. 41Luisteren: tegenargumentEen vraag naar een tegenwerping in het fragment — wat het bezwaar is, en hoe de spreker erop antwoordt.5 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  7. 42Luisteren: vervolgEen vraag naar wat er volgt — het aangekondigde volgende deel, de volgende stap in een plan, of hoe de spreker verdergaat en afsluit.5 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery

Spreken4 lessen

  1. 43Spreken: betoogDe lange opdracht: na een paar minuten voorbereiding houd je ongeveer 2 minuten een betoog voor of tegen een stelling, met argumenten, een tegenargument en een conclusie.5 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  2. 44Spreken: situatieEen rollenspel van 30 seconden: je praat direct tegen een collega, buurman, klant of team over een gevoelig probleem en stuurt aan op een oplossing.5 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  3. 45Spreken: standpuntEen opdracht van 30 seconden over een voorstel of stelling: neem een duidelijk standpunt in, onderbouw het, en weeg op B2 vaak beide kanten af voordat je concludeert.5 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery
  4. 46Spreken: korte reactieEen korte situatie op het werk of in het dagelijks leven; je reageert in ongeveer 20 seconden, doet elke taak uit de opdracht en kiest de juiste toon.4 min lezenBekijken · 5 minMet Mastery