Slaagkans

Zinstaak: doel

Een aanvultaak: de aanzet beschrijft een handeling en eindigt op zodat, en jij geeft aan wat die handeling moet bereiken.

Iemand — meestal de gemeente of een school — doet iets, en jij zegt waarom. De moeilijkheid is tweeledig. Zodat is onderschikkend, dus jouw deel heeft een eigen onderwerp nodig en een werkwoord helemaal achteraan. En zodat kan ook een gewoon gevolg inleiden, dus een grammaticaal correct deel dat een effect beschrijft dat niemand zo bedoeld heeft, leest als resultaat en niet als doel, en mist wat de opdracht vroeg.

Hoe het examen dit toetst

Het grootste deel van Schrijven II bestaat uit zinstaken — ongeveer zeven of acht van de negen tot twaalf — en elke taak vraagt om één handeling. Alle vier onze doel-items geven een aanzet die eindigt op zodat, over een instantie die iets doet: extra prullenbakken, avondbijles, oplaadpunten, fietsenrekken. De eisen noemen om … te, zodat of met als doel, maar staat zodat er al, dan geldt alleen de grammatica van zodat. Twee beoordelaars werken met een voorschrift, en onze oefenitems controleren drie dingen: wordt er een doel uitgedrukt, is het verbindingswoord goed gebruikt, ook in de woordvolgorde, en past het bij de situatie? Eén item vraagt om één duidelijk doel.

Wat is er mis met deze zin?

De gemeente plaatst extra prullenbakken in het park, zodat bezoekers gooien hun afval niet meer op de grond.

Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.

De rest van deze les

De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.

Bekijk de pakketten