Slaagkans

Zinstaak: voorwaarde

Een aanvultaak: de aanzet noemt een plan en eindigt op mits of op voorwaarde dat, en jij geeft de voorwaarde die het mogelijk maakt.

Het verbindingswoord staat er al, dus de woordkeus ligt niet bij jou; de logica en de volgorde wel. Mits en op voorwaarde dat betekenen allebei alleen als, dus wat erna komt moet iets zijn dat het plan toestaat zodra het waar is. Je verliest het punt op twee manieren: een bijzin in hoofdzinvolgorde na het verbindingswoord, of een voorwaarde die de verkeerde kant op wijst — een die het plan zou tegenhouden in plaats van mogelijk maken.

Hoe het examen dit toetst

Het grootste deel van Schrijven II bestaat uit zinstaken — ongeveer zeven of acht van de negen tot twaalf — en elke taak vraagt om één handeling. In alle vier onze voorwaarde-items staat de aanzet gedrukt en eindigt hij op het verbindingswoord: twee keer mits, twee keer op voorwaarde dat. De taak is dus niet een woord kiezen, maar een bijzin schrijven die erbij past. Twee beoordelaars werken met een voorschrift, en onze oefenitems controleren drie dingen: staat er een echte voorwaarde, is het gegeven verbindingswoord goed gebruikt, ook in de woordvolgorde, en past de voorwaarde bij de situatie? Eén item vraagt om één heldere voorwaarde — een waarschuwing tegen opsommen.

Wat is er mis met deze zin?

De organisatie kan het festival volgend jaar opnieuw houden, mits de gemeente geeft opnieuw een vergunning.

Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.

De rest van deze les

De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.

Bekijk de pakketten