Slaagkans

Oordeelsvraag

Een vraag naar het oordeel van de schrijver over een boek, een tentoonstelling of een maatregel — meestal lof en bezwaar tegelijk.

3 van onze 291 B2-leesvragen. De teksten zijn recensies en columns, en de vraag luidt Wat is het oordeel van de recensent? of Wat is het hoofdbezwaar? Waar de Standpuntvraag vraagt hoe een schrijver over een kwestie denkt, vraagt deze hoe hij iets beoordeelt — en een B2-recensent beoordeelt zelden iets eenvoudig. De roman is technisch knap en te glad om te onthouden; de tentoonstelling is prachtig verlicht en verkeerd ingericht. De juiste optie houdt beide helften vast, of noemt het bezwaar waar de hele recensie naartoe werkt. De foute opties houden één helft over, of verzinnen een klacht die de recensent nooit heeft geuit.

Hoe het examen dit toetst

Lezen van Programma II: ongeveer 35–36 meerkeuzevragen over zo'n zes teksten in 100 minuten, computergecorrigeerd. De juiste optie noemt het bezwaar met de lof er nog aan vast, of het ene bezwaar waar de recensie steeds op terugkomt. De foute opties zijn een vlak oordeel (Het boek is slecht geschreven), het tegenovergestelde vlakke oordeel (het beste boek dat de auteur tot nu toe heeft geschreven), een bijkomende klacht over iets wat de recensie nauwelijks noemt of zelfs prijst (de verlichting, de toegangsprijs), en het omgekeerde van het echte bezwaar — te rauw en ongepolijst, over een boek waarvan het probleem juist is dat er niets rauws in zit.

Wat is er mis met deze zin?

Het boek is slecht geschreven

Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.

De rest van deze les

De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.

Bekijk de pakketten