Slaagkans

Standpuntvraag

Een vraag naar welk standpunt de schrijver — of een genoemde persoon in de tekst — werkelijk inneemt.

Dit vraagtype scheidt Programma II van Programma I: niet wat de tekst zegt, maar wat de schrijver vindt. De moeilijkheid is dat een B2-tekst met opzet beide kanten uitwerkt, en een schrijver die drie alinea's lang een argument eerlijk weergeeft, staat meestal op het punt het te verwerpen. Het standpunt zit in een handvol woorden, niet in de hoeveelheid tekst per kant.

Hoe het examen dit toetst

Ongeveer 35–36 meerkeuzevragen over zo'n 6 teksten in 100 minuten, computergecorrigeerd. Bij standpuntvragen zijn alle opties verdedigbare lezingen — dat is het ontwerp. Eén geeft het standpunt van een bron die de schrijver aanhaalt; één het standpunt dat de schrijver opzet om te weerleggen; één maakt de eigen visie van de schrijver absoluut; één geeft die visie mét het voorbehoud. Die laatste is het antwoord, en meestal de minst stellige optie op het scherm.

Wat is er mis met deze zin?

De schrijver vindt de maatregel op korte termijn winstgevend.

Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.

De rest van deze les

De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.

Bekijk de pakketten