Zinstaak: voorstel
Een zinstaak die vraagt om één concreet voorstel aan een genoemde persoon of instantie.
Een voorstel is een actie die iemand anders echt kan uitvoeren: wie doet wat, en ongeveer wanneer of hoe vaak. De opdracht noemt een ontvanger — je team, de gemeente, een afdeling — en een doel, en jouw zin moet dat doel omzetten in één stap. De moeilijkheid is dat kandidaten het doel teruggeven als wens (het winkelgebied mooier maken) of als eis (de gemeente moet…), en geen van beide is een voorstel. Het kader dat je kiest, ik stel voor om … te of wat zou u ervan vinden als …, bepaalt daarna de grammatica van de rest.
Hoe het examen dit toetst
Schrijven II heeft 9–12 taken in 100 minuten, waarvan ongeveer 7–8 losse zinnen. Een voorsteltaak vraagt om een hele zin aan een genoemde ontvanger, of drukt een aanzet af die eindigt op voorstellen dat. Twee beoordelaars werken met een voorschrift; onze oefenitems vragen of de zin de gevraagde relatie uitdrukt, of het verbindingswoord en de woordvolgorde kloppen, en of de zin bij de situatie past. Een vage wens valt af op de eerste vraag, een ontbrekende te of een verkeerd geplaatst werkwoord op de tweede, en een losse je tegen de gemeente op de derde.
Wat is er mis met deze zin?
Ik stel voor om te houden een deel van de vergaderingen online.
Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.
De rest van deze les
De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.
Bekijk de pakketten