Slaagkans

Tegenargumentvraag

Een vraag over een bezwaar in de tekst: wat wordt er precies tegengeworpen, door wie, tegen wat — en hoe reageert de schrijver erop.

7 van onze B2-leesvragen. De vraag luidt Wat werpen critici tegen?, Welk tegenargument geven de voorstanders? of Hoe reageert de auteur op het bezwaar …? Waar een argumentatievraag vraagt wat een zin dóét in de redenering, vraagt deze naar de inhoud van één bepaald bezwaar, of naar het precieze antwoord van de schrijver daarop. De moeilijkheid is boekhouden: een B2-alinea bevat een standpunt, een bezwaar daartegen, vaak een bezwaar tegen dat bezwaar, en een reactie — en elk daarvan komt als optie terug.

Hoe het examen dit toetst

Lezen van Programma II: ongeveer 35–36 meerkeuzevragen over zo'n 6 teksten in 100 minuten, computergecorrigeerd. Tegenargumentopties komen uit dezelfde alinea. Eén geeft het standpunt waartegen het bezwaar zich richt; één geeft het bezwaar van het andere kamp; één geeft de reactie van de schrijver terwijl naar het bezwaar werd gevraagd (of omgekeerd); en bij Hoe reageert de auteur? zijn de foute opties de uitersten — verwerpt het als onzin, neemt het volledig over, negeert het. De schrijver geeft op dit niveau bijna altijd iets toe en perkt het daarna in.

Wat is er mis met deze zin?

De overheid speelt terecht in op onze denkfouten en onze luiheid

Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.

De rest van deze les

De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.

Bekijk de pakketten