Slaagkans

De eerste 4 lessen zijn gratis. De rest opent met Mastery.

Deeltaak

Een taak waarbij een deel van de tekst al gegeven is en jij het ontbrekende deel levert — een formulier, een bericht met open plekken, een tekst om aan te vullen.

Inhoud

1.Wat het is

Twee van de twaalf taken op Schrijven I zijn deeltaken, en juist daar verliezen kandidaten punten zonder het te merken. Wat gegeven is, is geen context om overheen te lezen — het legt je aanspreekvorm, je tijd en vaak je onderwerp vast, en alles wat je toevoegt moet daarop aansluiten. De moeilijkheid is dat die beperkingen onzichtbaar zijn: nergens staat "blijf bij u", de gegeven helft ís het al.

2.In beeld

gegeven:Geachte mevrouw… ik schreef uvorige weekdus: u, enverleden tijd
Wat gegeven is, bepaalt wat je mag schrijven. Lees het als instructie, niet als achtergrond.

3.Hoe het examen dit toetst

Twee van de twaalf taken, binnen de 100 minuten. De formulieren zijn echte — een inschrijving, een afspraak, een claim — en ze straffen iets anders af dan de schrijftaken: een antwoord dat niet in het veld past. Een datum in een naamveld, een hele zin waar het formulier één woord wil, een leeg verplicht vakje. Twee beoordelaars werken met een voorschrift dat vraagt of de gevraagde informatie er staat en bruikbaar is, dus een prachtige zin in het verkeerde vakje levert niets op.

4.De regel

Achternaam: / Geboortedatum: / Postcode:
Een veld wil een waarde, geen zin. Eén woord of één getal, in het formaat dat het veld impliceert.
Reden van uw verzoek:
Dit veld wil wél een zin. Het label vertelt welk soort antwoord; lees het label, niet de grootte van het vakje.
Geachte … → u, uw
De gegeven aanhef legt de aanspreekvorm vast voor alles wat jij toevoegt. Halverwege overstappen op je is een aangestreepte fout.
… schreef ik u … → verleden tijd
De gegeven tijd loopt door. Staat het fragment in de verleden tijd, dan blijft jouw aanvulling daar ook.
Niet van toepassing / n.v.t.
Een veld dat niet op jou van toepassing is, heeft toch iets nodig. Leeg leest als niet ingevuld.

5.Voorbeelden

  • Reden van annulering: Ik kan niet komen, omdat ik die week moet werken.

    Het label vraagt een reden, dus een zin hoort hier — en die reden heeft zijn omdat-zin nodig met moet achteraan. Eén woord als "werk" zou bruikbaar zijn maar magerder dan het veld uitnodigt.

  • Geboortedatum: 14-03-1992

    Geboortedatum: Ik ben geboren op 14 maart 1992.

    Een waarde in het formaat dat het veld impliceert. "Ik ben geboren op 14 maart 1992" schrijven is correct Nederlands als antwoord op een vraag die het formulier niet stelde.

  • Geachte mevrouw Bakker, vorige week schreef ik u over mijn aanvraag. Ik heb daarop nog geen antwoord ontvangen.

    … vorige week schreef ik u over mijn aanvraag. Ik krijg nog geen antwoord van je.

    De gegeven eerste zin legt u en de verleden tijd vast. De aanvulling houdt allebei aan. Overstappen op je, of op de tegenwoordige tijd, is de fout waarop dit taaktype is gebouwd.

6.Uitzonderingen

  • Uitzondering 1

    Heeft een veld voor jou echt geen antwoord — een tweede telefoonnummer, een vorige werkgever — dan is n.v.t. of een streepje de juiste invulling, niet iets verzonnens. Een veld vullen met iets onwaars om leegte te vermijden is erger dan de leegte, want een formulier is een feitelijk document.

7.Let op

  • Het gegeven deel als achtergrond lezen en daarna schrijven alsof je opnieuw begint. Het ís de beperking, en elke afwijking ervan ziet de beoordelaar meteen.
  • Hele zinnen in waardevelden schrijven. Dat kost tijd die je voor de andere tien taken nodig hebt en beantwoordt een vraag die het formulier niet stelde.
  • Een verplicht veld leeg laten omdat het antwoord uit een ander veld al duidelijk leek. Het voorschrift controleert velden, geen gevolgtrekkingen.
  • Van u naar je glijden zodra de zinnen langer worden. De gegeven helft heeft al gekozen; jij zet dat alleen voort.

8.In het examenlokaal

Lees vóór je iets schrijft het gegeven deel op drie dingen: is het u of je, is het verleden of tegenwoordige tijd, en wil dit veld een waarde of een zin. Controleer daarna of in elk vakje iets staat — een leeg verplicht veld kost evenveel als een fout antwoord en is in twee seconden te voorkomen.

Wat er staat, bepaalt wat je schrijft.

Oefen dit onderdeel