Slaagkans

Hoofdgedachte

Een vraag naar wat de tekst als geheel zegt — één zin die alles dekt, niet het mooiste stuk ervan.

26 van onze 291 B1-leesvragen, en er zit er meestal één per tekst bij. Dit is de vraag die mensen het snelst beantwoorden en het vaakst fout hebben, want na één alinea ligt er al een aannemelijk antwoord. De toets is dekking: de juiste optie geldt voor de hele tekst, en de meest voorkomende foute optie geldt maar voor één deel — vaak het deel dat het leukst was om te lezen.

Hoe het examen dit toetst

Ongeveer 35–36 meerkeuzevragen over zo'n 6 teksten in 110 minuten, computergecorrigeerd. De vraag luidt "Wat is de hoofdgedachte van de tekst?" en staat meestal als laatste bij die tekst — met opzet: dan heb je hem gelezen. Alle opties zijn zinnen die de tekst ondersteunt. Eén dekt één alinea, één is een detail dat tot thema is gepromoveerd, één noemt het onderwerp zonder er iets over te zeggen, en één is de hoofdgedachte. De onderwerp-optie — "De tekst gaat over thuiswerken" — verraadt zichzelf: een hoofdgedachte zégt iets, die noemt niet alleen een onderwerp.

Wat is er mis met deze zin?

Thuiswerken maakt werknemers tevreden.

Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.

De rest van deze les

De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.

Bekijk de pakketten