Doelvraag
Een vraag naar waarom de schrijver dit schreef — of waarom een bepaalde alinea überhaupt in de tekst staat.
19 van onze 291 B1-leesvragen. Hij komt in twee vormen en dat zijn niet dezelfde vraag: het doel van de hele tekst, en de functie van één alinea daarbinnen. De tweede is de lastigste en op B1 de gewoonste, want een alinea kan er staan om een voorbeeld te geven, om een bezwaar op te werpen of om te verzachten wat eraan voorafging — en niets daarvan staat ergens op de bladzijde.
Hoe het examen dit toetst
Ongeveer 35–36 meerkeuzevragen over zo'n 6 teksten in 110 minuten, computergecorrigeerd. Geformuleerd als "Met welk doel schrijft de auteur alinea 3?" of "Wat is het doel van de tekst?". De opties beschrijven functies — een voorbeeld geven, een tegenwerping bespreken, een oorzaak noemen, de lezer waarschuwen — en al die dingen doet de tekst ergens. De valstrik is een optie die een functie beschrijft die de tekst in een ándere alinea vervult: waar over de tekst, onwaar over de genoemde alinea.
Wat is er mis met deze zin?
Om te laten zien hoe lang de wachtlijsten zijn.
Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.
De rest van deze les
De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.
Bekijk de pakketten