Slaagkans

Spreken: twee foto's vergelijken

Je ziet twee foto's, zegt kort wat er op elke foto staat, vergelijkt ze, kiest er één en geeft een reden.

De opdracht noemt beide foto's al — een vakantie aan het strand en een vakantie in de bergen — en eindigt met Welke kiest u en waarom? Vergelijk de twee. Een volledig antwoord heeft vier korte delen: foto één, foto twee, één vergelijking met -er dan, en je keuze met want en een reden. Vijf of zes eenvoudige zinnen zijn genoeg; het gaat erom dat er geen deel ontbreekt.

Hoe het examen dit toetst

Bij het Inburgeringsexamen Spreken antwoord je op een computer en worden je antwoorden opgenomen. Eén onderdeel laat twee foto's zien en vraagt je ze te vergelijken en te kiezen. De taakkaarten in onze oefenbank kijken vooral naar twee dingen: wordt er echt vergeleken, en is de keuze duidelijk, met een reden? We hebben 32 van deze taken met twee foto's om mee te oefenen. De opnametijd is kort, dus een vaste vorm met vier delen bespaart je het nadenken over de volgorde.

Wat is er mis met deze zin?

Ik kies het strand.

Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.

De rest van deze les

De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.

Bekijk de pakketten