Spreken: foto beschrijven
Je ziet één foto en beschrijft die in een paar hele zinnen: wie er zijn, wat ze doen en wat je opvalt.
De opdracht begint met Kijk naar de foto en stelt dan een of twee vragen, bijvoorbeeld: Wat voor weer is het en wat doen de mensen? De taakkaarten in onze oefenbank vragen minstens drie zinnen, of minstens drie dingen, in hele zinnen. Een rijtje losse woorden is dus niet genoeg, en een antwoord op maar één van de twee vragen ook niet. De vorm die werkt: één zin over de plek, een of twee over de mensen, één over de tweede vraag.
Hoe het examen dit toetst
Bij het Inburgeringsexamen Spreken antwoord je op een computer en worden je antwoorden opgenomen. Eén onderdeel laat één foto zien en vraagt je die te beschrijven. De taakkaarten in onze oefenbank kijken naar vier dingen: is de beschrijving duidelijk, zijn de zinnen redelijk correct, vertel je genoeg, en past het bij de foto? We hebben 32 van deze taken met één foto om mee te oefenen.
Wat is er mis met deze zin?
Park. Zon. Mensen. Eten.
Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.
De rest van deze les
De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.
Bekijk de pakketten