Slaagkans

Luisteren: wat-vraag

Een vraag met wat (of waarover, welke) naar een ding: wat iemand koopt, zoekt of heeft, of wat er gebeurd is.

Het antwoord is een zelfstandig naamwoord of een korte gebeurtenis — twee bruine broden, het postkantoor, hij is gevallen. Een kort fragment noemt meerdere dingen, en de foute opties zijn de andere dingen daaruit: de kerk op de route, de maat die de verkoper aanbiedt, de trein die wel op tijd is. Het lastige is het werkwoord van de vraag vasthouden — koopt, zoekt, heeft — terwijl de zelfstandige naamwoorden zich opstapelen.

Hoe het examen dit toetst

Het onderdeel Luisteren A2 bestaat uit meerkeuzevragen bij korte geluidsfragmenten — een klant bij de bakker, een routebeschrijving op straat, een voicemail van school, een gesprek bij de huisarts — en wordt door de computer nagekeken. We hebben 29 wat-vragen in onze A2-oefenbank. De foute opties komen uit hetzelfde fragment: het andere ding dat genoemd werd, de helft van een tweetal, getallen die tussen twee dingen verwisseld zijn, of de afzender in plaats van het onderwerp. Elke foute optie heb je echt gehoord.

Wat is er mis met deze zin?

Vier bruine broden

Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.

De rest van deze les

De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.

Bekijk de pakketten