Luisteren: waarom-vraag
Een vraag naar de reden: waarom iets niet doorgaat, dicht is of te laat is, of waarom iemand belt.
Een reden komt in het Nederlands bijna altijd na een klein signaalwoord — want, omdat, vanwege, door, daarom — en is meestal één korte zin. Het lastige is dat het fragment rond die zin vol ware feiten staat: wie er spreekt, wanneer de afspraak was, wat er daarna gebeurt. De foute opties zijn die feiten eromheen, en ze kloppen; ze zijn alleen niet de reden.
Hoe het examen dit toetst
In het onderdeel Luisteren A2 — meerkeuzevragen bij korte geluidsfragmenten, door de computer nagekeken — staat een waarom-vraag bij voicemails van de tandarts of de school, omroepberichten in de winkel en korte telefoongesprekken. De opties komen uit hetzelfde fragment: de persoon die spreekt in plaats van de persoon die ziek is, de tijd van de afspraak in plaats van de oorzaak, de uitkomst van het gesprek in plaats van het doel. Elke optie is gezegd; maar één ervan kwam na want, omdat of vanwege.
Wat is er mis met deze zin?
De assistente is ziek
Veel kandidaten schrijven het precies zo en verliezen het punt zonder te weten waarom.
De rest van deze les
De regel, de uitgewerkte voorbeelden, de uitzonderingen en wat u in het examenlokaal doet openen met Mastery, samen met alle andere lessen voor dit examen.
Bekijk de pakketten